Anood (22) en Noor (15) Almareg uit Irak zijn sinds acht jaar in Nederland. De zussen zien het komende jaar met onzekerheid tegemoet. Kunnen ze hun toekomst in Nederland opbouwen of moeten ze terug naar Irak? Ze denken liever niet na over een gedwongen terugkeer naar hun geboorteland. 

De ouders van Anood en Noor namen hen mee uit de Irakese hoofdstad Bagdad, op de vlucht voor religieuze intolerantie en met hoop voor een betere toekomst voor hun dochters. Vooralsnog zijn ze gestrand in het ene na het andere azielzoekerscentrum. Een eerste asielprocedure werd afgewezen, maar de moeder van de twee zussen was ziek en daarom mochten ze toch nog langer blijven. 

De laatste vier jaar verblijven ze in de COA-gezinslocatie in Katwijk. Een locatie waar soms in de vroege ochtend mensen worden opgehaald om ze uit te zetten, al dan niet gedwongen. Anood en Noor zien hoe mensen verdwijnen. Noor van 15 heeft voor zichzelf al besloten dat ze zich niet te veel meer hecht aan andere mensen. Het is haar al een paar keer overkomen dat ze vriendinnen uit het oog verloor toen zij uitgezet werden.

Kinderpardon

In 2013 probeerde de familie een beroep te doen op het kinderpardon. Opnieuw volgde een afwijzing. Daarna kwam een vertrekmoratorium: Irak werd voor een jaar te onveilig verklaard om mensen naar uit te zetten. In 2014 deed de familie opnieuw een asielaanvraag en tot op de dag van vandaag wachten ze nog op antwoord.

Anood en Noor zijn niet de enigen die zijn afgewezen voor het kinderpardon. Van het aantal aanvragen dat sinds 2013 voor de definitieve regeling langdurig in Nederland verblijvende kinderen is gedaan, is 92 procent afgewezen. In 2016 heeft één kind een verblijfsvergunning gekregen. In totaal hebben 29 kinderen en hun gezinnen door dat definitieve kinderpardon een verblijfsvergunning gekregen. 

Meewerkcriterium

Het probleem voor de meeste gezinnen die aanspraak proberen te maken op het kinderpardon is het zogeheten meewerkcriterium. Dit houdt in dat uitgeprocedeerde asielzoekers zich moeten melden bij de Dienst Terugkeer en Vertrek en mee moeten werken aan hun eigen uitzetting om terug te keren naar hun land van herkomst. Het probleem is dat ze vaak ook daadwerkelijk uitgezet worden en dus helemaal geen gebruik meer kunnen maken van het kinderpardon.

Volgens Defence for Children, een organisatie die zich inzet voor kinderrechten, kan het huidige kinderpardon door de strenge manier waarop de regels worden uitgelegd geen pardon meer genoemd worden. Volgens hen lijkt het meer op de buitenschuldregeling. Dat is een regeling die al bestaat voor mensen die wel terug willen, maar niet terug kunnen naar het land van herkomst. Volgens Defence for Children helpt het huidige kinderpardon nauwelijks om te voorkomen dat in Nederland gewortelde kinderen lang in onzekerheid leven en alsnog teruggestuurd worden.

GroenLinks-Kamerlid Linda Voortman deed net voor het kerstreces nog een poging om dat meewerkcriterium aan te passen. Haar motie kreeg echter geen meerderheid in de Tweede Kamer. De PvdA-fractie stemde tegen, terwijl veel PvdA-leden zich juist uitgesproken hebben voor een soepeler kinderpardon.

Het ziet er somber uit voor Anood en Noor. In 2017 verwachten ze een antwoord op hun asielaanvraag. Als dat een afwijzing is kunnen ze nog in hoger beroep. Ze weten niet of ze de volgende jaarwisseling nog in Nederland zijn.