In Duitsland is de klopjacht op de hoofdverdachte van de aanslag in Berlijn volop aan de gang. Het vizier is gericht op de Tunesiër Anis A. De verdenkingen tegen hem worden steeds sterker. Duitse media schrijven dat zijn vingerafdrukken zijn gevonden op het stuur van de vrachtwagen die op de menigte inreed. A. was al bekend bij inlichtingendiensten van meerdere landen. Hoe zou hij dan toch een aanslag kunnen beramen? 

Bronnen bij Amerikaanse inlichtingendiensten wisten dat A. banden heeft met Islamitische Staat. Hij stond in de VS tevens op de 'no-fly list'. Personen op die lijst mogen niet van of naar de Verenigde Staten te vliegen. Ook de Duitse inlichtingendiensten zouden weten dat A. zich in radicaal islamitische kringen bevond. Bij het afluisteren van zijn digitale communicatie bleek dat A. zich aanbood als zelfmoordterrorist.

Hebben inlichtingsdiensten steken laten vallen? In de studio Constant Hijzen, universitair docent inlichtingen- en veiligheidsgeschiedenis aan de Universiteit Leiden. Hij legt uit hoe inlichtingsdiensten omgaan met mogelijke terroristen.

Geradicaliseerde Tunesiërs 

Anis A. is afkomstig uit Tunesië, maar zwerft al jaren door heel Europa. Zijn familie verklaart dat hij in Europa is geradicaliseerd. Hij is niet de enige jonge Tunesiër die zijn land verlaat en radicaliseert. Naar verluidt hebben 6000 Tunesiërs zich aangesloten bij IS. In EenVandaag een gesprek met onderzoeksjournalist Sinan Can. Hij maakte een documentairereeks over het leven in Tunesië na de Arabische Lente.