Het publieke debat over de vraag of Nederland zich na augustus 2010 wel of niet volledig moet terugtrekken uit Afghanistan wordt momenteel beheerst door een scala aan emoties en misverstanden.

De overheersende mening is dat de laatste militair met een Nederlands paspoort eind volgend jaar Afghanistan moet hebben verlaten. De Tweede Kamer heeft bovendien een motie aangenomen waarbij de regering eigenlijk geen andere keus wordt gelaten. Deze motie heeft de regering overigens over zichzelf afgeroepen door niet tijdig een onderbouwd regeringsstandpunt aan de Kamer voor te leggen over de Nederlandse aanwezigheid in Afghanistan na augustus volgend jaar. Als dit wel was gebeurd, dan was het debat over het juiste onderwerp gegaan.

Nu was het meer een debat over de verwarrende uitspraken van diverse bewindslieden over dit onderwerp.

Het uitgangspunt voor iedere beslissing over het inzetten van de Nederlandse krijgsmacht hoort artikel 97 van de Grondwet te zijn, waarin staat dat we een krijgsmacht hebben om de Nederlandse belangen te beschermen.

Het conflict in Afghanistan en het daarmee verbonden conflict in Pakistan, vormt op dit moment de belangrijkste bedreiging van de wereldvrede en dus van de Nederlandse vitale belangen.

Pakistan is een fragiele staat, maar ook een nucleaire mogendheid. Als de Pakistaanse Taliban, die nauwe banden heeft met de Afghaanse Taliban en Al Qaida, de overhand krijgt in het conflict, dan is de kans dat de atoomwapens van Pakistan in handen vallen van de Taliban en Al Qaida levensgroot aanwezig. India, eveneens een nucleaire mogendheid en een aartsvijand van Pakistan, zal dan niet afwachten maar onmiddellijk militair reageren. Er ontstaat dan een levensgroot regionaal conflict met een nucleaire bijsmaak.

De kans is groot dat ook Iran zich dan stort op het kadaver van de Pakistaanse staat. Al was het alleen maar omdat de Pakistaanse regio Baluchistan wordt bewoond door etnische Perzen en daar al jaren een door Iran gesteunde afscheidingsbeweging actief is.

Het Shiitische Iran stookt ook in het Shiitische Zuid-Irak en leeft voorts op zeer gespannen voet met Israel. Israel is ook een nucleaire mogendheid en er bestaan verontrustend veel aanwijzingen dat Iran werkt aan het verkrijgen van atoomwapens. Als Iran betrokken raakt bij het conflict en die kans is aanzienlijk, dan breidt het conflict zich uit over de gehele “Greater Middle East”. Dit is een gebied van vitaal belang, niet alleen voor Europa en de NAVO-landen, maar ook voor de rest van de wereld.

Als wordt uitgegaan van het Nederlandse belang, dan is er geen twijfel over mogelijk dat Nederland ook een militaire bijdrage naar draagkracht moet blijven leveren aan de inspanningen van de internationale gemeenschap om Afghanistan te stabiliseren. De krijgsmacht kan dat ook; daar zijn meerdere opties voor.

Dat laat onverlet dat het besluit dat Nederland de rol van “Lead nation” in Uruzghan na 4 jaar moet overdragen, een terecht besluit is. Immers, de krijgsmacht is niet in staat om deze loodzware rol nog langer voort te zetten. Om dit besluit echter door te vertalen naar de positie dat Nederland dus geen enkele militaire bijdrage meer levert is onterecht, onnodig en in strijd met het Nederlands belang.

Frank van Kappen is politicus en was generaal-majoor bij de Nederlandse strijdmacht. Als militair adviseur was hij ook enkele jaren werkzaam bij de VN. Vanaf 1999 is Van Kappen lid van de VVD en sinds 2007 zit hij voor deze partij in de Eerste Kamer. Daarnaast is hij adviseur van de NAVO en van het Haagse Centrum voor Strategische Studies.

Frank van Kappen - Helemaal weg is geen optie