Een aantal prominente psychiaters heeft zware kritiek op het handelen van de Levenseindekliniek. Volgens hen zou de kliniek euthanasie verlenen aan patiënten die nog niet uitbehandeld zijn. Soms ook zonder dat er sprake is van uitzichtloos lijden. Ook Damiaan Denys, voorzitter van de beroepsvereniging van psychiaters, de NvvP, roept in EenVandaag op tot terughoudendheid bij het toepassen van euthanasie. "Er is alle reden om zeer voorzichtig te zijn."

Eén van de psychiaters die zich grote zorgen maakt is Frank Koerselman. Koerselman is hoogleraar en behandelt al 40 jaar de zwaarste psychiatrische patiënten. Hij heeft geen goed woord over voor wat er in de Levenseindekliniek gebeurt. “Als dit allemaal kan, dan kunnen we wel alle psychiatrische patiënten gaan dood maken zodra ze dat vragen. Ik vind het echt verschrikkelijk wat daar gebeurt.”

Dit is het persoonlijke verhaal van Saskia Bos, die lijdt aan schizofrenie en verlangt naar de dood

Medische escalatie

Ook Jim van Os, hoofd van de afdeling psychiatrie in Maastricht en hoogleraar aan het UMC Utrecht stelt dat de euthanasiewet langzaam wordt uitgehold. “Er is een soort verruiming van de interpretatie van de wet. Waar het vroeger alleen ging om mensen met uitbehandelde kanker die nog 2 weken te leven hadden, gaat het nu om patiënten met een psychische aandoening die misschien nog wel 20 jaar kunnen leven.”

Van Os maakt zich dan ook zorgen over de toekomst: “Als het allemaal zo doorgaat, dan zou euthanasie wel eens de volgende medische escalatie kunnen worden. Dat vind ik een zeer zorgelijke ontwikkeling.”

 Mag je als psychiater eigenlijk wel meewerken aan de doodswens van een psychiatrisch patiënt? Een groeiend aantal maakt zich grote zorgen en schrijven de opiniepagina’s vol.   

Patiënten niet uitbehandeld

Op verzoek van EenVandaag keek hoogleraar Frank Koerselman naar 2 concrete gevallen van patiënten die in 2016 euthanasie kregen in de Levenseindekliniek.  Voor euthanasie moet er voldaan zijn aan de criteria uitzichtloos en ondraaglijk lijden. Koerselman vindt het onbegrijpelijk dat beide casus het stempel zorgvuldig krijgen van de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie. Koerselman: ”In beide gevallen zijn er nog volop behandelmogelijkheden, maar die werden dan bjivoorbeeld door de patiënt afgewezen. In één geval gaat het om een patiënt die weigert om anti-depressiva te slikken vanwege de bijwerkingen. Diegene krijgt toch euthanasie. Maar dan is er dus er dus niet voldaan aan het wettelijk vereiste van uitzichtloosheid.

Beroepsvereniging: zeer voorzichtig blijven bij euthanasie

Damiaan Denys, hoofd psychiatrie AMC en voorzitter van de beroepsvereniging van psychiaters,  roept psychiaters op in EenVandaag vooral terughoudend te blijven. Denys: ”Het ziektebeeld kan zo snel veranderen bij een psychiatrisch patiënt, dat is niet voorspelbaar. Een andere reden om voorzichtig te zijn is dat we niet weten wat bepaalde nieuwe behandelingen voor de toekomst gaan brengen. 15 jaar geleden bestond bijvoorbeeld Deep Brain Stimulation (DBS) nog niet. Met die behandeling boeken we nu hele goede resultaten bij ernstige aandoeningen.”

De zorgen over de euthanasiepraktijk worden gedeeld door veel meer psychiaters, blijkt uit een telefonische rondgang van EenVandaag. In 2016 kregen 60 patiënten met een psychische aandoening euthanasie. 48 daarvan werden geholpen door de Levenseindekliniek. Dat is dus bijna 80 procent van de gevallen.

Reactie Levenseindekliniek

Steven Pleiter directeur van de Levenseindekliniek herkent zich niet in de kritiek van de psychiaters. Pleiter: “Voordat een patiënt voor euthanasie in aanmerking komt, doen we eerst grondig onderzoek. Zeker bij psychiatrische patiënten is dat een traject dat vaak meerdere maanden duurt. Soms zelfs jaren. De wet schrijft voor dat een patiënt ondraaglijk en uitzichtloos lijdt. Dat moeten we aan de hand van gesprekken met de patiënt, zijn omgeving, behandelaars en zijn medisch dossier vaststellen.”

Lees ook deze reacties van psychiaters in The Post Online en de Volkskrant.


Volledige reactie Steven Pleiter, directeur van de Levenseindekliniek:

De vraag wordt gesteld hoe de Levenseindekliniek de doodswens van een patiënt toetst. Voordat een patiënt voor euthanasie in aanmerking komt, doen we eerst grondig onderzoek. Zeker bij een psychiatrisch patiënt is dat een traject dat vaak meerdere maanden duurt. Soms zelfs jaren. De wet schrijft voor dat een patiënt ondraaglijk en uitzichtloos lijdt. Dat moeten wij aan de hand van gesprekken met de patient, zijn omgeving, behandelaars en zijn medisch dossier vaststellen.

Als we vanuit de Levenseindekliniek tot de slotsom komen dat een patiënt in aanmerking komt voor euthanasie kijkt een onafhankelijk arts, en in het geval van een psychiatrisch patiënt, een onafhankelijk psychiater PLUS een onafhankelijk arts naar de zaak. Het oordeel van deze artsen wordt meegewogen in het besluit om al dan niet uit te voeren. Een arts mag wettelijk gezien het oordeel van de onafhankelijk arts naast zich neerleggen, maar moet dan wel een heel goed verhaal hebben naar de Regionale Toetsingscommissie toe, die de euthanasiemelding beoordeelt. Als we euthanasie verlenen heeft de onafhankelijk arts daar in de meeste gevallen positief over geoordeeld.

Om te zeggen dat de drempel om euthanasie te verlenen steeds lager is geworden, is onzin. De drempel is in de vijf jaren dat de Levenseindekliniek nu bestaat even hoog gebleven. Wel is het aantal mensen dat zelf de regie wil nemen over zijn eigen levenseinde gegroeid. In 2016 meldden 503 psychiatrisch patiënten zich bij de Levenseindekliniek. Aan 46 Psychiatrisch patiënten verleenden we euthanasie.

Mensen komen in nood naar de Levenseindekliniek toe omdat zij ondraaglijk en uitzichtloos lijden en door hun behandelaars niet geholpen worden. Wij zouden liever zien dat de eigen behandelaar met zijn patiënt diens doodswens onderzoekt en daarbij euthanasie niet bij voorbaat uitsluit. Wij hebben ervaren dat de mogelijkheid om euthanasie te krijgen kan zorgen voor opluchting, er is een ontsnappingsmogelijkheid, een alternatief, waardoor mensen het leven langer aankunnen.