Marktlieden vrezen voor hun handel als er niet snel een mouw wordt gepast aan het vergunningsysteem. Het huidige systeem biedt te weinig zekerheid voor het voortbestaan van de markt.

Nu staat Europese regelgeving niet toe dat marktlieden vergunningen krijgen voor onbepaalde tijd. Deze regels moeten ervoor zorgen dat er meer plekken op de markt vrijkomen voor nieuwe ondernemers. Want op sommige markten is het nu dringen om een plekje.

Vergunningen op de markt

Door deze regels verlenen gemeenten nu vooral vergunningen voor kortere periodes. Onwerkbaar, vindt Henk Achterhuis. Hij is voorzitter van de Centrale Vereniging voor de Ambulante Handel (CVAH). "Als je anderhalve ton moet investeren in je bedrijf, dan moet je ook een reële kans hebben om dat terug te verdienen", zegt Achterhuis.

Marktlieden moeten namelijk flink investeren voordat ze de markt op kunnen. Onder die investeringen vallen onder andere de kraam, de wagen en de voorraden, die ergens moeten worden opgeslagen. Het zijn allemaal zaken die ervoor zorgen dat de kosten hoog kunnen oplopen in korte tijd. En als je dan ook maar een vergunning hebt van maximaal twee jaar, is het moeilijk om die investering terug te verdienen.

Langere contracten

De CVAH wil daarom dat vergunningstermijnen worden verlengd. Om dat pleidooi te onderbouwen, deed de belangenorganisatie uitgebreid onderzoek. In het vandaag gepresenteerde onderzoeksrapport rekent de CVAH voor dat de gemiddelde terugverdientijd een kleine negen jaar bedraagt.

"De conclusie van ons rapport, wil de gemiddelde ondernemer geïnteresseerd blijven in deze sector, en blijven investeren, is dat het vergunningen van 15 tot 20 jaar moeten worden", stelt Achterhuis.

'Over vijf jaar gedaan met de markt'

Achterhuis ligt toe: "Als alle gemeenten zouden zeggen; we geven overeenkomsten voor 3 jaar dan denk ik dat het over 5 jaar gedaan is met de ambulante handel in Nederland. Dan gaat niemand meer beginnen. Er is geen bank die je nog geld gaat geven als je gaat investeren in je bedrijf, terwijl je over drie jaar foetsie moet zijn."

Lees ook

Staatssecretaris Mona Keijzer van Economische Zaken heeft begrip voor het pleidooi van de marktkooplieden. Maar stelt ze, het is aan gemeenten om de termijnen van vergunningen te bepalen. "Daar ga ik niet over. Maar ze moeten in die termijn die ze kiezen, in elk geval goed kijken: wat zijn nou die investeringen die een marktkoopman of vrouw gedaan heeft. Want die moeten ze terug kunnen verdienen en uiteraard daarbij ook nog winst maken." Ze roept gemeenten daarom op oog te hebben voor de argumenten van de marktlieden.

Bekijk de tv-reportage over het voortbestaan van de markt.