Na jarenlange strijd kwam dan vanochtend de teleurstellende gerechtelijke uitspraak voor de Duitse kunsthandelaar Markus Roubrocks: zijn schilderij hoeft niet door het Van Gogh Museum als een echte van Gogh erkend te worden. Hun onderzoek naar de echtheid, uitgevoerd in 2001, is zorgvuldig gedaan en hun oordeel dat het om een vervalsing gaat is rechtmatig, zo oordeelde de rechtbank.

Begin deze maand spande Roubrocks een rechtszaak tegen het Museum aan omdat hij er van overtuigd is dat zijn stilleven met pioenen wel authentiek is en dat het Museum onnauwkeurig onderzoek heeft gedaan met verouderde technieken. Zijn vader kwam in 1977 met het schilderij aanzetten, voor een paar duizend Duitse mark gekocht bij een antiquair. De Duitser heeft intussen zes ton in zijn schilderij gestoken; verfanalyses, datering en beveiliging. Daarnaast heeft hij verklaringen van verschillende onderzoekers die het schilderij wel als een echte Van Gogh beschouwen. 

Wat kan je dan nog? Is  Een Van Gogh pas een Van Gogh als het Van Gogh Museum zegt dat het een Van Gogh is? Of is een erkenning door kenners van buiten het Museum ook genoeg garantie om te kunnen verkopen?

In EenVandaag interviews met Markus Roubrocks en zijn advocaat Martijn de Schepper, Teio Meedendorp van het Van Gogh Museum en Professor Joris Dik van TU Delft legt uit hoe bepaald kan worden of een schilderij authentiek is.