Op de Olympische Spelen in Amsterdam, in 1928, mochten vrouwen voor het eerst meedoen aan atletiek- en gymnastieknummers èn de 800 meter lopen. Dit tot grote ontsteltenis van velen, die dachten dat het lopen van een dergelijk lange afstand zou leiden tot onvruchtbaarheid. Maar er waren ook andere zorgen en bezwaren.

 Journalist Joris van den Bergh schreef: 'n Vrouw op de Olympische Spelen is een slak, die een zoutkeet binnen kruipt. Zij vindt er, als vrouw, haar ondergang. Gelijk de slak, smelten haar vormen weg.

NRC-journalist Hans Meerum Terwogt vond dat vrouwen zich moesten beperken tot ‘enthousiaste gilletjes slaken voor een speler, dien zij bewonderen’. En gymnastiekpedagoge Josephine van Geuns-Weinberg vond het niet vrouwelijk om roem en eer te willen nastreven. 

De Nederlandse atletes Jo Mallon, Mien Duchateau en Aat van Noort trokken zich niets van alle weerstand en deden toch mee. De finale van de 800 meter zorgde echter voor enorme maatschappelijke verontwaardiging, omdat de deelneemsters schijnbaar volkomen uitgeput over de finish kwamen en zich ter aarde stortten. De Telegraaf schreef:

Het heele stel had tien minuten nodig om weer op adem te komen, waarop het grienend zwikje, met uitzondering van de winster, elkander melodramatisch de schouders omvattend uit het gezichtsveld verdween. Laat dit de laatste maal zijn, Heeren voorbereiders der Olympiades.

Het IOC besloot na deze hysterie om alle afstanden boven de 200 meter weer te verbieden voor vrouwen. Tot aan 1960 bleef de 800 meter voor hen verboden. 

Morgen is er in filminstituut Eye de première van een gerestaureerde film van deze Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam. Deze vertoning in Eye is de eerste in 88 jaar in een officiële bioscoop, in samenwerking met Beeld en Geluid. Omdat het een geluidloze film is geeft sporthistoricus Jurryt van de Vooren er live commentaar bij én werpt hij nieuw licht op de gang van zaken rond die beruchte 800 meter. De beelden blijken namelijk gemanipuleerd te zijn ten nadele van de vrouwelijke hardlopers en in het voordeel van de anti-hardloop-vrouwen-lobby.

EenVandaag spreekt hierover met sporthistoricus Jurryt van de Vooren, Rommy Albers en Rixt Jonkman van Filmmuseum Eye en met de zoon van Aat van Noort, Charles van Swieten, over het ‘onrecht’ dat zijn moeder en vele andere topatletes destijds is aangedaan.

In het Olympisch Stadion vertelt sporthistoricus Jurryt van de Vooren hoe de Nederlanders het in 1928 deden en hoe toen de balans werd opgemaakt.