Tijdens een discussie in het tv-programma Pauw zegt strafrechtadvocaat Jan Vlug dat politie en justitie in Nederland goed functioneren, maar dat je wel kunt zeggen dat de politie soms prioriteiten stelt die discutabel zijn. "Ze richten zich al jaren helemaal op het oprollen van wietplantages en die straatdealers van cocaïne in Amsterdam, die jongetjes op die scootertjes, daar is niemand in geïnteresseerd om die op te pakken, helemaal niemand." Klopt die uitspraak? Kunnen straatdealers hun gang gaan en ongestoord cocaïne verhandelen?

Het zou best kunnen dat Vlug gelijk heeft. Er is vanuit de politie deze dagen veel aandacht voor wat men noemt 'ondermijning' (onder andere wietteelt en handel) en niet zoveel voor overlastgevende criminaliteit, zoals die van straatdealers. Gerrit van de Kamp van politievakbond ACP zegt dat dat Vlug ongelijk heeft en dat er wel degelijk aandacht is voor de straatdealers. Guus Meershoek, lector politiegeschiedenis legt uit waarom je, ondanks dat die straatdealers wel worden opgepakt, daar niet zoveel van merkt.

Arrestatie of oprollen?

Witeplantages worden volgens een plan, een schema en een structuur, met een grote groep agenten en op één dag opgerold. Soms nodigt de politie journalisten uit om mee te gaan. Hoe dan ook valt het veel meer op dan het meer incidenteel oppakken van straatdealers. Dat laatste gaat nu eenmaal niet planmatig en georganiseerd, maar via staande houding op straat. Dat valt veel minder op.

Meershoek vertelt: "De Amsterdamse politie heeft wel eens geprobeerd om de straatdealers op scooters meer volgens plan op te pakken, maar dat gaf weer andere problemen." Veel aangehouden scooterrijders waren jonge Marokkaanse jongens en al snel kwam het bezwaar dat de politie etnisch zou profileren. Volgens Meershoek overigens onterecht,want  de scooter is nu eenmaal (ook) zeer populair bij jonge Marokkaanse Amsterdammers.

Feit of fictie?

De uitspraak van advocaat Jan Vlug in Pauw is fictie. Er is wel degelijk aandacht voor het oppakken van straatdealers in cocaiïne.