De Milieudienst Rijnmond DCMR heeft afgelopen vrijdag bij het Openbaar Ministerie aangifte gedaan tegen olie-opslagbedrijf Odfjell wegens het verzwijgen van een groot incident in 2009 waarbij duizenden liters van het uiterst giftige, explosieve en brandbare Methanol zijn gemorst. Het incident werd niet gemeld aan de autoriteiten en er werd intern druk uitgeoefend om alles stil te houden. 

Ondanks Odfjell’s toezegging om open kaart te spelen naar de autoriteiten toe na het stilleggen in juli vorig jaar, verzweeg Odfjell dit grote incident. Jan van den Heuvel, directeur DCMR, kreeg afgelopen vrijdag via EenVandaag het interne, strikt vertrouwelijke Odfjell-rapport te lezen: “Odfjell had dit bij ons moeten melden en heeft dit nagelaten. De inhoud van het rapport is van dien aard dat op 26 juli j.l. onmiddellijk aangifte is gedaan bij het Openbaar Ministerie.” Hoewel het incident uit oktober 2009 stamt, is het van dusdanige omvang dat de DCMR wil dat het OM de zaak onderzoekt.

Crimineel gedrag

Verantwoordelijk gedeputeerde van de Provincie Zuid-Holland Rik Janssen reageert geschokt na het via EenVandaag lezen van het ‘strikt vertrouwelijke’ Odfjell-rapport over dit incident: “Ik heb het rapport gelezen en het lijkt mij crimineel gedrag. De toezichthouders waren niet op de hoogte en zijn bewust om de tuin geleid. Het bevestigt ook maar weer de conclusie van de Onderzoeksraad voor Veiligheid dat Odfjell in die periode winst boven veiligheid stelde. Ik ga er van uit dat het Openbaar Ministerie hier snel actie op gaat ondernemen.” 

Ontluisterend beeld intern rapport

Het tot nu toe onbekende rapport, dat van Odfjell de kwalificatie “strikt vertrouwelijk” kreeg, laat een ontluisterend beeld zien van de werkwijze tijdens het beladen van een tankwagon met Methanol in oktober 2009. De laadcomputer is kapot en vanwege commerciële druk wordt tegen alle veiligheidsvoorschriften in besloten om de vulslangen gewoon bovenin de tank te hangen tot deze vol is. Dat gaat mis; het Methanol spuit en klotst uit de wagon.

Veiligheidsvoorzieningen zijn onklaar gemaakt, er is druk uitgeoefend op werknemers om onveilig te werken en het incident wordt intern stil gehouden. De duizenden liters gemorste Methanol werden zonder waarschuwing naar de afvalwaterzuiveringsinstallatie gepompt. Dit werd achteraf ontkend. Aanwezige terminalmanagers hielden het voorval klein, ‘instrueren’ medewerkers dit ook zo te zien, suggereren achteraf nergens van te weten en leggen de schuld bij anderen. Commerciële druk werd meerdere malen genoemd als reden voor de onveilige werkwijze.

Zwarte lijst en uitbreiding aanklacht Odfjell

Inmiddels werkt een van de toenmalige hoofdverantwoordelijke terminalmanagers bij een ander tankopslagbedrijf als manager. “Onbestaanbaar”, aldus Arno Bonte van GroenLinks Rotterdam. “Als iemand willens en wetens sjoemelt met de veiligheid, anderen onder druk zet om onveilig te werken, dan is voor zo’n persoon geen plaats in deze industrie. Deze personen horen thuis op een zwarte lijst. Daarnaast vind ik dat het Openbaar Ministerie, dat nu Odfjell als bedrijf vervolgt, ook moet kijken naar de rol van de verantwoordelijken voor de onveilige situatie. Daarbij zou men de aanklacht uit moeten breiden naar personen, zoals bij Chemiepack, waarbij deze ook op hun verantwoordelijkheid kunnen worden aangesproken.”

Reactie Odfjell

Het olieopslagbedrijf Odfjell laat weten niet voor camera te willen reageren. Odfjell stelt alle energie te richten op het verbeteren van de veiligheid op de terminal, nu en in de toekomst. Het bedrijf wil koploper worden op het gebied van veiligheid in de Rotterdamse haven.

In EenVandaag een reconstructie van het methanol-incident, gedraaid op het brandweeroefencentrum Noord-Nederland.

Download

update
30-07-2013

Reactie DCMR

Op 26 juli 2013 ontvingen de provincie en de DCMR het memorandum ‘Odfjell Methanol Oktober 2009 Incidentenonderzoeksrapport’ van Jan Born. De provincie en de DCMR waren niet bekend met dit incident en zijn sinds 2009 ook niet door Odfjell op de hoogte gesteld van dit incident. Gezien de inhoud van het rapport heeft gedeputeerde Rik Janssen de DCMR opdracht gegeven onmiddellijk aangifte te doen bij het Openbaar Ministerie. De aangifte is op 26 juli gedaan.

Jan van den Heuvel, directeur van de DCMR: “Als deze informatie klopt dan is er sprake geweest van een incident waarbij wet en vergunning zijn overtreden. Odfjell had dit bij ons moeten melden en heeft dit dan nagelaten. De inhoud van het rapport is van dien aard dat op 26 juli j.l. onmiddellijk aangifte is gedaan bij het Openbaar Ministerie. Wij vragen het Openbaar Ministerie deze zaak te onderzoeken, ook al betreft het een incident van bijna 4 jaar geleden. Er is onmiddellijk aangifte gedaan bij het Openbaar Ministerie. Het is nu aan het Openbaar Ministerie om de inhoud van het rapport te onderzoeken en daarbij hoort ook de rol van de toenmalige terminalmanager. In algemene zin geldt dat leiderschap cruciaal is voor de veiligheidscultuur binnen een bedrijf. Als het klopt dat de betrokken leidinggevende toen opdracht heeft gegeven om te handelen in strijd met de wet en de vergunning, is dat zeer kwalijk."  

update
30-07-2013

Reactie verantwoordelijk Gedeputeerde Rik Janssen

Op 26 juli 2013 ontvingen de provincie en de DCMR het memorandum ‘Odfjell Methanol Oktober 2009 Incidentenonderzoeksrapport’ van Jan Born. De provincie en de DCMR waren niet bekend met dit incident en zijn sinds 2009 ook niet door Odfjell op de hoogte gesteld van dit incident. Gezien de inhoud van het rapport heeft gedeputeerde Rik Janssen de DCMR opdracht gegeven onmiddellijk aangifte te doen bij het Openbaar Ministerie. Gedeputeerde Rik Janssen: “Ik heb het rapport gelezen en het lijkt mij crimineel gedrag. De toezichthouders waren niet op de hoogte en zijn bewust om de tuin geleid. Het bevestigt ook maar weer de conclusie van de Onderzoeksraad voor Veiligheid dat Odfjell in die periode winst boven veiligheid stelde. Ik ga er van uit dat het Openbaar Ministerie hier snel actie op gaat ondernemen.”