Nederland is aansprakelijk gesteld voor de dood van drie mannen die omkwamen tijdens de val van de enclave Srebrenica in 1995. Vanmorgen deed de Hoge raad uitspraak in de zaak, aangespannen door de nabestaanden van de drie mannen.

De Hoge Raad bevestigd daarmee een  uitspraak van het gerechtshof, dat eerder al oordeelde dat de staat aansprakelijk is.

In mei adviseerde advocaat-generaal P. Vlas al om de cassatie van de Staat te verwerpen. Volgens de Hoge Raad hadden na de val van de enclave niet langer de Verenigde Naties (VN) effectieve controle over Dutchbat, maar viel het handelen van de militairen onder verantwoordelijkheid van de Nederlandse Staat.

De zaak, die al 11 jaar voortsleept, was aangespannen door de tolk van Dutchbat Hasan Nuhanovic en de nabestaanden van de vermoorde elektricien Rizo Mustafic. Nuhanovic verloor zijn vader en broer. De slachtoffers werden op 13 juli van de compound gestuurd toen het bataljon met de ecacuatie was begonnen. Ze vielen in handen van het Bosnisch-Servische leger. Dat vermoordde de mannen, net als circa 7000 andere moslimmannen en -jongens.

Na afloop van de uitspraak vielen de nabestaanden elkaar in de armen. Zij kunnen een schadevergoeding vragen.

Bekijk rechtsboven op deze pagina eerdere reportages van EenVandaag over deze zaak terug.

Staat aansprakelijk in Srebrenica-zaak

Nabestaanden Srebrenica volgen proces