Kees is 24 jaar als hij uit de kast komt. Hij wil meer gaan sporten en sluit zich aan bij een gymnastiekvereniging in het dorp. Of het er iets mee te maken heeft weet hij niet, maar als hij na de training gaat douchen wordt hij door drie clubgenoten zwaar misbruikt en mishandeld. 

Uit uitgebreid onderzoek door EenVandaag blijkt dat honderden amateursporters een vorm van seksuele intimidatie of seksueel misbruik heeft meegemaakt. Hoewel bijna de helft van de slachtoffers er niet over praat, doen een aantal slachtoffers hun verhaal.

'Laat het voorbij zijn' 

“Ik was een wrak”, vertelt Kees aan EenVandaag. “Je vraagt je af: wat is mij nou gebeurd? Je staat machteloos. Twee jongens hielden me vast, de derde deed het. En als de een klaar is gaat de volgende erop. Ik heb niets meer gezegd, geen kik gegeven. Laat het maar voorbij zijn, dacht ik. Dan heb ik het gehad.”

“Ik bloedde als een rund”, blikt hij terug. “Ik heb me zo goed mogelijk schoongemaakt en ben naar huis toegegaan. Men vond mij wat stilletjes maar ach, er werd niets nagevraagd. Ik heb dat in mijn eentje geprobeerd te verwerken.” Inmiddels is Kees 58.

'Schaamte te groot'

Jarenlang durfde Kees er niet over te praten. De schaamte was te groot. Inmiddels weet hij dat die schaamte niet terecht is. “Alles wat onvrijwillig is op dat gebied, een kind vraagt daar niet om. Ik was dan wel volwassen, maar ik vroeg daar ook niet om. Dan heb je met je poten van iemand af te blijven”, spreekt hij ferm.

Aangifte deed hij niet, vertelt Kees. “Het was 1983. Ik woonde in een dorpsgemeenschap, was een homoseksuele man. Wie zou mij geloven? Niemand.” Hij deed geen aangifte en daar heeft hij nu, jaren later, spijt van. “Dat had heel veel ellende gescheeld. Ik voelde me waardeloos en nutteloos, een gebruiksvoorwerp. De pijn was me deels bespaard gebleven. Als ik de juiste begeleiding had gekregen was de psychische schade misschien beperkt gebleven.”

Zwemleraar misbruikte meisje

Piet Scheres, oud-vrijwilliger van Slachtofferhulp, stond een meisje bij dat ook zo’n ervaring had. Toen ze vijftien was nam haar zwemleraar haar mee naar huis. Ze zouden wedstrijd- en trainingsschema’s maken. “Dat ontaardde in seksueel misbruik, ook met geweld”, vertelt Scheres.

Het misbruik vond jaren geleden plaats, maar toen EenVandaag vroeg of ze er over wilde spreken kwam alles weer boven. Zij is niet in staat om erover te spreken, maar wilde wel dat haar verhaal verteld werd door Piet.

“Haar hele leven is kapot”, vertelt hij. “Ze heeft een aantal keren zelfmoordpogingen gedaan. Ik heb haar gezien toen ze nog maar 38 kilogram woog. Het is dramatisch om te zien wat er van zo iemand overblijft als iemand denkt dat ze niets waard is omdat ze zo ten gronde is gericht.”

'Vertel het verhaal' 

Miriam herkent de verhalen. Haar dochter is recent slachtoffer geworden van seksuele intimidatie. “Het is heel erg moeilijk. Want als een trainer heel vertrouwelijk overkomt, altijd goed is geweest voor de club, dan is het heel lastig voor kinderen en ouders om zo’n man als dader te zien.”

Haar dochter kleedt zich om na het sporten als de trainer met zijn telefoon onder de deur door filmt. De 13-jarige dochter slaat alarm, haar ouders melden het incident bij de sportclub en de politie. “Wij als ouders zeggen tegen iedereen: maak er direct melding van. Laat het niet sudderen. Als er iets niet pluis is, vertel het verhaal.” De verdachte in de zaak van Miriams dochter is aangehouden.

Aangifte was tevergeefs

Het meisje dat bijgestaan werd door Piet Scheres deed ook aangifte, maar pas jaren later. Tevergeefs. Er was onvoldoende bewijs om de zwemleraar voor de rechter te brengen. Wanneer het meisje de verdachte vlak daarna de straat over ziet steken wordt het haar te veel. Ze zegt nu: ‘ik dacht ik rij hem dood’. Ze weet zich te beheersen en zet de auto stil.

Oud-vrijwilliger Slachtofferhulp Piet Scheres vindt dat er veel meer aandacht moet komen voor misbruik en intimidatie in de sport. “Als ik als eenvoudig vrijwilliger hier in deze regio daar tegenaan loop en ik zou dat extrapoleren naar veertig vrijwilligers en de regio, naar alle sportclubs, dan moet dit vaker voorkomen. Dat kan bijna niet anders.”