Ze is een onverschrokken manager met een groot dierenhart. Sinds directeur Margje de Jong zich een jaar geleden als een terriër vastbeet in de Dierenambulance Amsterdam is de organisatie niet langer een zinkend schip. Maar de klus is nog lang niet klaar.

Van jongs af aan is De Jong gek op dieren. Als kind verkocht ze op straat tekeningen. Het geld dat ze ophaalde ging naar het plaatselijke dierenasiel. Tegenwoordig noemt ze zichzelf een echt kattenmens. “Het is lente, dus het kittenseizoen komt er weer aan,” vertelt ze vrolijk.

Schatkist aan verhalen

De Jong is pas een jaar directeur van de Dierenambulance van Amsterdam, maar heeft nu al een schatkist vol bijzondere verhalen. “In Amsterdam wonen heel veel mensen met heel veel dieren, op een heel klein stukje aarde. Er is genoeg werk,” zegt ze.

Jonge katjes

De directrice vertelt het verhaal van drie jonge kittens die ze vorig jaar vond. “Ze zaten onder de kit, hun vacht was helemaal hard en vastgeplakt.” Eén van de jonge katjes, die zich uitvoerig had geprobeerd schoon te likken, overleefde het niet.” Het lot van de overgebleven poesjes ging haar aan het hart. “De twee zijn samen in hetzelfde huis terechtgekomen. Daar bel ik dan ook wel echt achteraan.”

Ochtendrondje

De Dierenambulances draait voornamelijk op donaties. Hoewel het financieel beter gaat dan een jaar geleden, is het nog steeds geen vetpot. “Het blijft strijden voor geld, voor subsidie.” Maar De Jong is van nature optimistisch. Daarnaast heeft ze veel aan haar 15 jaar ervaring als manager. Als directeur ben je veel bezig met cijfers en beleid. Maar dat weerhoudt De Jong er niet van om elke ochtend te beginnen met een rondje door het dierenverblijf. “En ja, daar zit wel eens zo’n leuke kat tussen dat ik denk, die gaat mee naar huis…”

In EenVandaag een persoonlijk gesprek met Margje de Jong, die sinds een jaar de Dierenambulance aan de goede kant van de afgrond mag houden. Over hoe ze haar grote dierenliefde combineert met het leiderschap en de bijzondere dingen die ze meemaakt.