Al weken moeten wij, trots volk vanachter de duinen, meemaken dat onze beste coureur zijn enigszins haperende Dinky Toy niet geheel smetteloos over de wegen van de Formule 1-wereld weet te sturen.

Al weken loopt er iets mis, breekt er iets af en wordt ons snelle feestvarken knorriger en knorriger.

Ik kan me dat indenken, maar dat je dan, na de zoveelste poedel, niets tegen de persmensen zegt… Dat lijkt van afstand niet erg verstandig. Verliezen hoort bij sport, zoals winnen of gelijkspelen.

Eddy Merckx, die toch op zijn manier een grootmeester was, zei altijd:” Ik heb 90% van de wedstrijden waarin ik opstapte, verloren.” En Merckx kon, als het moest met scherp kiezel tussen de tanden, altijd tijd en ruimte vinden om iets tegen luisterende journalisten te vertellen. Ook bij zijn grootste verlieswedstrijden.

'Amateurs zijn het'

Het leerproces van Verstappen gaat door en door en hij moet de laatste weken wel veel zwart brood eten; iets dat je hem zeker niet gunt, maar blijkbaar is dat nu eventjes “part of life” voor de jonge man.

Kijk, dat die stoethaspels van zijn ploeg er niet in slagen meester over de techniek van de wagen van Jos te worden, geeft ernstig te denken. Zoals mijn vader zou stellen:” Amateurs zijn het!”

Als er geen sprake van opzet is, maar dat het louter en alleen toeval betreft, doet dat de Limburger nog meer pijn. Hij zal vertwijfeld uitroepen: “Waarom ik?”

Ook bij voorzichtige kansberekening is het vreemd dat zijn bolide steeds ergens slecht geparkeerd achterblijft. En dat zal de jonge Max zich uiteraard ook afvragen.

“Waarom ik nu weer?”

En vooral ook: waarom rijdt zijn ploeggenoot Ricciardo eigenlijk op kousenvoeten naar de winst in dat merkwaardige jaren dertig circuit van Baku?

De malheurs van Max

Ik weet eigenlijk niet of iemand uit die stal al een officiële verklaring heeft gegeven met daarin de uitleg van het zich herhalen van op zijn minst kleine, vreemde malheurs aan de auto van Max. Of zijn die lieden van Red Bull laffe hummels die zich verbergen achter nauwelijks acceptabele excuses? Het heeft er toch wel alle schijn van.

Kijk, Max ligt er dus weer uit en dan ontploft er iets bij zo’n jonge gast. Goed en vooral redelijk nadenken is dan een vereiste, maar probeer dat maar eens als je weken achtereen een schrootwinkel in een parkeerplaats achterlaat.

En zo ook was het een tikje tegenvallend dat er rond de sprintnederlaag van Dylan Groenewegen van Lotto tijdens het NK weer een geurtje kwam te hangen. De man die straks in Frankrijk uitgespeeld wordt in de echte sprintduels, had nu een opspelige actie van ploeggenoot Lars Boom als stoorzender.

Tenminste, dat vond hij.

In eerste instantie zeg ik: wat een kletskoek en hou de vuile was binnenboord. Een man die straks met de grote bommen in de Tour zij-aan-zij gaat rammen, moet in Nederland tamelijk eenvoudig nationaal kampioen kunnen worden. Ook al rijdt die luizige Boom door de grondbeginselen van de wielersport heen.

Verleden jaar werd Groenewegen dagelijks vooruit geschreeuwd door half de Nederlandse journalistiek in La Grande Boucle en moest het jongmens flinke vooraf-rente betalen op zijn onbekendheid in het echte vak.

Dit jaar kan hij aantonen dat hij echt iets kan (omdat hij geleerd heeft), maar dan moet hij niet, na deze niet al te best gereden sprint, bij een ander de schuldige gaan zoeken. Dat hoort niet en dat past hem niet.

Niet chique

Als hij straks in de Tour zijn uiterste best doet en ook zijn kwebbel houdt en zijn benen laat werken, kunnen we zien wat hij werkelijk waard is. Deze manier van afreageren was, op zijn minst, niet sjiek te noemen.

Of ook: tamelijk onverstandig.

En dat de Nederlandse atletiekwereld er in Lille niet aan te pas kwam… Is dat verrassend? Wat waren de excuses daar? Het vervelende was dat die nederlaag nauwelijks, ik herhaal nauwelijks, journalistiek goed begeleid en gevolgd werd en dat is pas erg.

Dat onze beste atleten gewoon niet goed genoeg zijn om zich te meten met de beste Europeanen is al jaren een feit, maar dan mag er toch ook best een goede manier van sportjournalistiek plaatsvinden. Of was dit de bekende zomerkost?

Het begin van de komkommertijd. Zoiets van “Ach, het is maar atletiek en wat stelt zo’n Multi-evenement nou eigenlijk helemaal voor?” Wij, volk vanachter de duinen, winnen niet zo heel veel de laatste tijd. Niet op het circuit van Assen, niet bij de grastennistooien, niet op de motorcross… We zijn gewoon niet zo goed.

Ho, hoor ik U roepen, ‘we’ hebben Argentinië zoek gespeeld in het halve-finale toernooi voor hockey-spelende mannen in London.

Ja, dank je de koekoek, als dat ons ook nog ontnomen zou worden… Dat pas zou op deze plaats een vlammend betoog komen te staan dat we, een jaar na Rio de Janeiro, weer teruggezakt zijn naar een behoorlijk matig niveau bij vele internationale sportontmoetingen. We zijn zachtjes ingeslapen en keutelen maar wat door.

Groots verliezen is ook een vak. Een vrij moeilijk vak zelfs.