Na al dat gedoe rond de eredivisie voetbalclub Roda JC (doopnaam: Sportvereniging Roda Juliana Combinatie Kerkrade) had ik me voorgenomen om in ieder geval te proberen een helft van de wedstrijd tegen de AFC Ajax via de televisie (Fox, ja ik heb zo’n toch duur abonnement ergens aangeschaft en heb geen flauw idee hoe ik daar ooit vanaf kom) te bekijken.

Dat lukte, met zelfs een stuk of tien bonusminuten toen de verslaggever van dienst ineens met iets meer nadruk ging spreken en me, terwijl ik alweer andere dingen aan het doen was, toch terughaalde naar het beeld. Staande, ditmaal, met een glas witte Nuragus in de hand.

Er zijn slechtere momenten denkbaar, dat geef ik toe.

Hoewel ik weleens gezegd heb en dat dus ook meen dat ik voetbalploegen die in geel-zwart gekleed gaan, niet echt sympathiek vind, maak ik een lichte uitzondering voor de Limburgers. Niet dat ik met ze wegloop of ook maar drie spelers van tegenwoordig van voor- en achternaam ken, maar de club heeft in de korte tijd van bestaan (opgericht in 1962) altijd een behoorlijk grote aaibaarheid gekend.

Dat kwam a. door Gerrie Senden, Mr. Roda, en bij mijn weten een van de weinige voetballers die zijn loopbaan in de eredivisie afsloot met een klinkende rode kaart en b. Eric van der Leur, een wat bleke speler die geweldig zijn best deed, nog tweemaal in Oranje speelde en die, las ik ooit, de bijnaam “De kleine Blonde Dood” met zich droeg.

En ook niet onvermeld mag blijven dat ik mijn journalistieke leventje begon toen Roda in Studio Sport werd uitgezonden en de presentator met een uitgestreken gezicht de naam van de Roda-keeper moest noemen: Bram Geilman.

Ja, dat was nog eens lachen in die tijd…

Roda heeft dus een buitenlandse voetbalpatser, een Zwitser die Aleksei Korotaev heet, aan het roer gekregen en ze kochten daar in Limburg meteen alles dat nog los of half vast zat in kleine, onbekende competities elders. Om eerlijk te zijn: ik had geen idee wie dat waren en daarom keek ik eigenlijk.

Hoeveel van die nieuwe jongens stonden er al in het veld?

Volgens mensen die veel met teamsporten te maken hebben, kan je het beste bouwen aan een team en heeft kopen weinig zin. De voetbalwereld, met een heftig tekort aan de juiste kennis omtrent dit onderwerp, zoekt het vaak in zakken geld buiten zetten en dan maar hopen dat er een wonder gebeurt.

Die mijnheer kwam een paar maal in beeld, maar ook zat daar de Franse ex-vedette Nicolas Anelka. Hij zat daar als een man die de weg kwijt was, maar hij had ook de bassist van een jazz combo kunnen zijn dat ergens in Maastricht moest optreden op zondagavond.

Een mooie, slanke man die de boel daar in Limburg moet gaan inventariseren.

Ga daar maar eens aanstaan. 

Roda leefde immers altijd op stille, bijna geheime financiële acties, afspraken die niet eens op een bierviltje een plaats vonden, veel geritsel, met grappige, maar ook totaal dictatoriale suikerooms en vele, vele nederlagen.

En gezelligheid, laat ik dat niet vergeten, heel veel gezelligheid.

Menig collega die naar Kerkrade moest afreizen voor het commentaar geven van een Roda wedstrijd kwam vaak een anderhalve dag later pas op eigen nest terug. Sommigen moesten serieus hun bestaan heroriënteren.

Ja, het was erg gezellig geweest bij Roda, zeiden ze dan.

Tot zover nostalgische herinneringen.

Roda-Ajax was een armetierige wedstrijd en dat was juist zo tegenvallend. De spelers van Roda wilden wel, maar konden niet en hadden een tekort aan fysieke inhoud. 

Die van Ajax konden niet afmaken en dat maakt de ploeg uiterst kwetsbaar in haar poging een topteam voor te stellen. Ajax staat tweede, maar dat is niet aan het spel af te zien. Het lijkt aardig, maar het mist een strak leidende hand in het veld alsmede ook een idee waarom en hoe er überhaupt gevoetbald wordt, behalve dat het een behoorlijk salaris oplevert en een leven van een luis op een zeer hoofd betekent voor al die jongetjes en die ene man die Lasse Schöne heet.

Dus?

Dus viel het me zwaar tegen. 

Ik keek nog even naar de nabeschouwingen en struikelde over non-informaties, analyses die een beetje geoefende voetbalkijker zelf ook al gezien had, gekke gezegdes (wie heeft in hemelsnaam bedacht dat een bal “binnen” getikt, geschopt of gekopt wordt. “Binnen”…ja dat is al heel lang een Vlaamse term) en een aandoenlijk lieve speler Amin Younes van Ajax, die, opgegroeid in Düsseldorf, van Libanese afkomst, ons in bijna begrijpelijk Nederlands (waar hij erg zijn best voor moest doen) toesprak. Hij maakte de verstandigste van alle opmerkingen rond die wedstrijd, dat viel me op. Op de vraag of het niet moeilijk of zelfs vervelend was dat er meerdere concurrenten bij kwamen in de selectie, gaf hij het enige juiste antwoord: ”Neen, want daardoor wordt de selectie sterker.”

In wij-denken is de voetbalwereld niet zo heel erg bekwaam, zo U wellicht weet. 

In het spelen van een goede wedstrijd waren en Roda en Ajax op de vroege zondagmiddag ook niet in staat gebleken. Na afloop kwam de vraag of dat met het vroege begin uur van de wedstrijd (12.30 uur) te maken had.

Dat werd gevraagd in een stadion waar een spandoek met het opschrift “Kompels” te zien was. Go figure.

De antwoorden op die prangende vraag heb ik maar niet afgewacht.

Na een paar weken vrij intensief Langs de Lijn, FOX en heel soms de NOS-televisie gevolgd te hebben, zijn de gesprekken na afloop met de voetbaltrainers en spelers een terugkerende en zeer succesvolle cabaretvoorstelling geworden. 

En hoe zit het eigenlijk met “de open vraag”? Mag ik dat vragen?

Vaak is al dat nababbelen de grootst mogelijke flauwekul, een diep droef makende brei aan non-antwoorden en een opmerkelijk tekort aan verbaal vermogen om kort en zakelijk te kunnen analyseren valt iedere week weer op. 

En dat komt dan ook van mensen die leiding dienen te geven, nietwaar?

Ook weer op deze zondag was dat zo, maar gelukkig speelden ze bij Langs de Lijn even later “Denise, Denise” van Blondie en kwam toch alles toch nog goed. Roda-Ajax 0-2. Rapportcijfer? Een vier min.  

En die Anelka zag je denken: waar ben ik eigenlijk?