Het is al veel vaker gesteld: dit Holland/Nederland is een merkwaardig sportland. We hebben 17 miljoen bondscoaches die het allemaal beter weten, die er allen Hoekse en Kabeljauwse twisten van maken als het meningen omtrent de nationale voetbalploeg betreft en “we” vinden eigenlijk dat de enige man die aangewezen is om dat zwikkie min of meer ongeregeld te moeten leiden er eigenlijk niets van kan.

Danny Blind zag er afgelopen weekend gelukkig een stuk beter uit dan ik me van hem kon herinneren. Fris, met een kleurtje ondanks het grauw makende baardje van vijf dagen. Dat laatste hoort en is hip en daar heb ik me ook niet mee te bemoeien, terwijl ik het toch doe. Foei.

Zolang ik me echter niet bemoei met zijn opstellingen en zienswijzen over modern voetbal, zit ik nog in de goede groep van voetbalvolgers. Dat heb ik overigens nooit, bij welke trainer, coach of selectieheer gedaan. Al vanaf heel vroeg zag ik in dat juist die types de verantwoording over de ploeg hadden en dat wij, staande langs de kant, er onze waffel over dienden te houden. Wie wij ook waren. Wat zij ook deden.

Ik plakte er ook nog weleens de toevoeging aan vast dat niemand in dit sportcultuurarme land zich bezighoudt met de selecties van de vrouwenhandbal-, de mannenvolleybal- of de wielerploeg die straks door een zandbak moet gaan rijden voor de WK. Met enig dedain laten we al die andere Oranjeselecties voor wat ze zijn; zelfs wij snappen dan dat we er de ballen verstand van hebben en zwijgen.

Maar zo gauw het de nationale voetbalploeg betreft trekken we met zijn allen een laatje met meningen open dat soms zo lachwekkend is, dat het zelfs tijdelijk pijn doet. We struikelen ineens over de keuze van de doelman en gaan daar dan, min of meer serieus, hele discussieprogramma’s op de televisie aan wijden. Dat vind ik dus komisch.

O.k., Blind ziet er tegenwoordig een beetje gelukkiger uit en durft ineens ook een beetje meer en helderder de zaal in te kijken waar zijn wereldberoemde persconferenties plaatsvinden. Terecht dat hij wat aanvallender is in die gesprekken, meer uitgesproken ook. Hij zoekt weleens naar de licht verborgen grap en je ziet hem ook weleens denken: kom maar op Bert Maalderink met je ingestudeerde eerste vraag, ik pareer die ook wel.

Overigens…over pratende voetbaltrainers gesproken…heeft U het geklungel gezien van de Franse bondscoach? Didier Deschamps werd waarschijnlijk gevraagd in het Engels het Nederlandse volk toe te spreken en deed het op moedige wijze.

Was er niemand daar aanwezig die in normaal Frans met deze man kon praten? Dan had hij waarschijnlijk wel iets gezegd dat hout sneed. Nu was zijn golf aan woorden een ware ratatouille, een brei aan toevallig gevonden woorden zonder kop en staart, zonder smaak, zonder iets. Het was ook volkomen onzin wat hij zei, maar het werd bij de NOS uitgezonden of het Gods woord was.

Het werd in een praatprogramma en in nieuwsuitzendingen opgenomen omdat het officiële woorden waren die de Franse bondscoach daags voor de wedstrijd uitsprak en dus wellicht wel van belang waren. Dat er geen redacteur “non” heeft gezegd tegen het uitzenden van dit gebrabbel, is me een raadsel.

Terug weer naar Blind. Ik vind hem eigenlijk wel standvastig en kan een min of meer consequente lijn in zijn doen en laten onderscheiden. Hij zit daar en heeft waarschijnlijk te maken met een heel moeilijk proces dat wij buitenstaanders nauwelijks zien of onderkennen. Het gaat om het vervangen van een generatie spelers tijdens de lopende wedstrijdenreeks, een van de zwaarste opgaven voor welke coach bij welke sport dan ook. Blind heeft daar nu mee te maken en werkt er hard aan om die overschakeling op gepaste manier te volbrengen.

Hij werd, tot voor kort, bedekt onder bakken kritiek en zijn criticasters namen in enen ook alle voetbalproblemen mee die een oranje kleurtje hadden: falende bondsmensen, het aanstellen van assistenten, gerommel rond ander personeel, het wel of niet op waarde schatten van spelers die in het buitenland spelen en nauwelijks zichtbaar zijn voor ons…allemaal zaken die ook rücksichtslos door de papierversnipperaars van onze critici gingen.

Danny Blind dus. Zeeuw. Luctor et Emergo. Hij moet er, denk ik, alleen maar voor zorgen dat er naar vermogen (en graag iets beter nog) wordt gevoetbald door een selectiegroep die wellicht niet zo heel goed is, maar die wel wil. De wedstrijd tegen Wit-Rusland van afgelopen vrijdag, bewees dat. Blind en zijn spelers kwamen gewoon goed uit die wedstrijd: we konden allen rustig gaan slapen. Hendrikus Colijn 1936, nietwaar?

Ik hoop vanavond een leuke wedstrijd te zien en ik hoop dat Blind dat ook doet. Ik hoop het ook voor U lezer. Vergeet niet, het is maar een voetbalwedstrijd. Jazeker, een belangrijke bijzaak. Maar aan de vele voetbalpraatprogramma’s op radio en televisie, de lange studies in kranten en bladen te zien en te horen, waren we collectief weer even de weg kwijt en bemoeiden ons met de taak van de bondscoach alsof ons eigen bestaan ervan af hing.

Laat Danny Blind nou toch lekker rustig coachen, selecteren en wat dan ook. En laten wij gewoon onze eigen zaken goed doen.

En hoe wij Nederlanders met topsport en presteren omgaan? Ik hoorde gisteren dat Max Verstappen nu al de bijnaam “Joop Zoetemelk op vier wielen” opgeplakt heeft gekregen.

Triest volk dat daarmee komt.

Mart Smeets bespreekt elke maandagmiddag in Radio EenVandaag op NPO Radio 1 het sportnieuws van het afgelopen weekend