De tijd dat met Lego alleen onschuldige dagelijkse tafereeltjes worden nagebouwd, lijkt voorbij. Onderzoekers uit Nieuw-Zeeland namen de Lego-catalogi van de afgelopen jaren onder de loep. Conclusie: het is allemaal een stuk gewelddadiger geworden.

Tegenwoordig word je bij het spelen met LEGO geholpen door gedetailleerde handleidingen, tekenfilms, games, websites en boeken over de werelden waarin veel van de LEGO-poppetjes tot leven komen, en de dood vinden. 

Volgens nieuw onderzoek uit Nieuw-Zeeland is LEGO een stuk gewelddadiger geworden. Hoofdonderzoeker Christoph Bartneck bestudeerde alle LEGO-catalogi tussen 1973 tot en met 2015 en concludeerde dat 30 procent van het LEGO-speelgoed uit wapens bestaat en de poppetjes er anno 2016 weer een beetje bozer uitzien. Het speelgoed van Lego is niet meer zo onschuldig als het vroeger was.

Zo strijden de ninja's in het immens populaire Ninjago tegen de gemene Lord Garmadon en zijn skeletleger. Welk kind kent ze niet: Cole, de heerser van de aarde, Jay van de bliksem, Kai van het vuur en Zane, van het ijs. En in de wereld van Chima vechten twintig dierenstammen met elkaar om de Chi, een elixer dat levenskracht geeft, en die de krokodillenstam in handen probeert te krijgen.  

In het koninkrijk van Knighton daarentegen wordt er een andere strijd gestreden, door de Mecha- ridders Clay, Macy, Aaron, Axl en Lance met zijn Mecha-paard het opnemen tegen de gemene hofnar Jestro en zijn lava-monsters. EenVandaag laat zich hierover bijpraten door Toby, Kasper en Duuk en Marc Lesschen en spreekt met onderzoeker Christoph Bartneck en met Roel de Groot, orthopedagoog en speelgoeddeskundige