Het Kinderpardon moet opnieuw bekeken worden, vindt Kinderombudsman Marc Dullaert.  “Alle zaken van het kinderpardon zijn nu bekeken en nu worden de uitzettingen in werking gezet. Nu wordt dus pas duidelijk wie mag blijven en wie niet, mijn inschatting is dat het om meer dan honderd gevallen nu nog gaat.” 

Dat zegt de Kinderombudsman vanavond in actualiteitenprogramma EenVandaag.

Volgens Dullaert zullen er de komende tijd dus meer gevallen komen waarbij kinderen, zoals de Angolese Glaucio en Marcia dit weekend overkwam, opgepakt worden met de bedoeling om ze uit te zetten.

Uitzonderingsgronden

Dit zijn allemaal kinderen die een beroep hebben gedaan op het kinderpardon. Dit werd in 2012 ingesteld om mogelijk te maken dat kinderen die langer dan 5 jaar in Nederland zijn en dus geworteld zijn, in Nederland kunnen blijven.

Maar daar werden ook een aantal uitzonderingsgronden bij gesteld; als een van de ouders verdacht wordt van oorlogsmisdaden, een misdrijf heeft gepleegd, als het gezin geen asielaanvraag heeft gedaan, of als een van de ouders door middel van mensenhandel in Nederland is gekomen, dan komen de kinderen niet in aanmerking voor het kinderpardon.

Volgens de Kinderombudsman vallen meer dan honderd kinderen dus nog buiten de boot op basis van deze uitzonderingsgronden. Dullaert vindt dat opnieuw naar deze uitzonderingen gekeken moet worden, omdat het belang van het kind volgens hem daarin niet voorop staat en kinderen verantwoordelijk worden gehouden voor het gedrag van hun ouders. “Ik denk dat het belangrijk is opnieuw dat Kinderpardon onder de loep te nemen en te kijken in hoeverre dat daadwerkelijk de rechten van kinderen dient, want anders schieten we ons doel voorbij,” zegt hij.

Glaucio en Marcia

Glaucio(13) en Marcia(18) kregen gisteren nadat ze 15 jaar in verschillende Nederlandse asielzoekerscentra hadden gewoond, te horen dat ze samen met hun moeder mogen blijven. Hun vader moet wel terug naar Angola, omdat hij het stempel 1F heeft gekregen; hij wordt ervan verdacht oorlogsmisdaden gepleegd te hebben tijdens de burgeroorlog in Angola.