“Ging lekker toch?” Dieper in mijn journalistieke hart had ik niet geraakt kunnen worden. Een politicus die na afloop van een uitzending zeer tevreden het pand verlaat. Hier was iets heel erg misgegaan, dacht ik. Ik herinner het mij nog goed. Aftreden overwegen, boete doen, schuld bekennen. Dát had ik willen horen. De waarheid boven tafel krijgen in een nietsontziend gesprek, dat was de opzet. Maar na ´n bedankje voor de gezelligheid gingen we uiteen. 

Ik kan niet voorspellen wat het wordt, gezelligheid of een slagveld. Feit is dat vanaf nu het de komende weken 24/7 politiek is. Alle sociale contacten, voor zover die er al zijn, worden on hold gezet. De campagne is begonnen.

Echt ontspannen ben ik niet. Het métier ligt onder vuur. Politiek is hot, het trekt hele en halve zolen aan, niet alleen op de kieslijst maar ook in de journalistiek. Een lege plek in de krant, een gat in het draaiboek en je belt een politicus. Het gat is snel gedicht. Hoe simpeler de vragen, hoe gezelliger de praattafel, hoe gretiger de politicus aanschuift. Verantwoording afleggen, haalbaarheid toetsen, doorvragen en desnoods doorzagen, een politicus in campagnetijd zit daar niet op te wachten. Denk niet dat een politiek debat met één telefoontje is geregeld. Waarover gaat het, met wie zit ik aan tafel, dat zijn nog de minste vragen. Ik ben nooit vergeten dat premier Balkenende ooit een heel punt maakte over een kussentje dat hij op zijn stoel wilde hebben. Hij zou in beeld eens kleiner kunnen lijken dan de presentator!

Onwelgevalligheid, dat wat niet uitkomt, wat riekt naar waarheid, daar houden politici in verkiezingstijd niet van. De journalistiek die naar waarheid streeft heeft het sowieso niet gemakkelijk, dat heeft de afgelopen week het circus rond Donald Trump wel aangetoond. Heilig verklaar ik de journalistiek overigens niet. Ik bepleit ook meer zelfreflectie. Tony Blair zei ooit toen hij Downing Street als premier verliet dat degelijke en serieuze politieke journalistiek steeds vaker plaatsmaakt voor sensatiezucht en karaktermoord.

Ook wij moeten hier, op schaal weliswaar, nadenken over wie, wat, waar en vooral waartoe wij op aarde zijn als journalist. Nodeloos kwetsen, tendentieus en ongefundeerd tot uitgangspunt maken of checken en nadenken over wat het effect is van wat je publiceert. Politiek journalist zijn in verkiezingstijd is voor je omgeving asociaal, qua werk een feest maar is voor wie je het doet, de kiezer, van groot belang. Het vraagt verantwoordelijkheid en transparantie, open kaart. Zeg met wie een politicus níet aan tafel wilde zitten en vraag hem of haar waarom, wantrouw de spindokter, geloof in principe niks, breng dat wat voor kiezers belangrijk is te weten, en check alles wat wordt beweerd want niks is minder waar dan wat een politicus in campagnetijd verkondigt. Kortom, het worden twee heerlijke maanden.

Kees Boonman, politiek commentator