In aanloop naar de troonswisseling presenteert EenVandaag enkele columns met als centrale vraag: is Willem-Alexander de laatste monarch van Nederland? Voor- en tegenstanders spreken zich uit over het sociale nut van het Nederlandse koningshuis. Vandaag: Coos Huijsen, historicus. Hij publiceerde veel over het koningshuis, waaronder het boek Nederland en het verhaal van Oranje. Volgens Huijsen heeft Willem-Alexander als koning zeker toekomst.

Door: Coos Huijsen

Erfelijke functies liggen tegenwoordig niet voor de hand. Als een nieuwe staat start, gaan ze niet op zoek naar een koningshuis zoals de Noren in 1905 nog deden. Maar als een volk een koningshuis heeft, ligt de zaak anders. Zeker als volgens opiniepeilingen, zoals in Nederland,  een ruime meerderheid van de bevolking sympathie heeft voor het koningschap. Uiteraard moet de politieke macht wel in handen zijn van democratisch gekozen functionarissen. Bij ons en ook in de andere Europese parlementaire koninkrijken is dit zo geregeld. Het is opvallend dat deze landen worden gerekend tot de oudste en meest stabiele democratieën ter wereld.  

Daarom heeft Willem-Alexander als koning zeker toekomst. Belangrijk voor een democratie is namelijk ook dat een bevolking een geschiedenis deelt en er instituten zijn waarbij men zich thuis voelt. Het unieke van het Oranjekoningschap is dat het teruggrijpt naar de ontstaansgeschiedenis van Nederland en dat het ook nog eens om een bovenpartijdig instituut gaat, waaraan de Nederlanders, generatie na generatie gehecht zijn. Niet zo gek dat Oranje staat voor de continuïteit en de eenheid van Nederland.

Het koningshuis als 'hart van de samenleving.'

Inmiddels is gebleken dat een instituut als het koningschap, dat niet uit de huidige politieke logica voortvloeit, heel goed dienstbaar kan zijn aan een moderne democratische samenleving. Uiteraard zal de politieke inbreng van het koningschap zich beperken tot advisering en luister bijzetten op Prinsjesdag. Maar er is meer. Voor het koningschap is de verbindende rol wezenlijk; het ontwikkelde zich tot ‘hart van de samenleving’. Dit blijkt bij bezoeken in het land en het meeleven bij feestelijke en droevige collectieve gebeurtenissen. Bij de organisatie van koninklijke huwelijken en begrafenissen wordt er met het publieke aspect hiervan dan ook rekening gehouden. Veel mensen voelen zich daarbij betrokken.

De vorst vertegenwoordigt Nederland tevens naar buiten als ‘gezicht van Nederland’. Tot nog toe is dit steeds uiterst stijlvol en professioneel gebeurd. Behalve ervaring hebben de Oranjes daarbij een internationaal netwerk opgebouwd. Hier kunnen de presidenten van kleine of middelgrote landen niet aan tippen.

Globaal zullen Willem-Alexander en Máxima als koning en koningin deze lijnen doortrekken. Zij zullen echter andere accenten leggen, die bij hun persoonlijkheden passen en ook nieuwe urgenties ontdekken.

Zo ligt er, in een tijd van globalisering, voor een koning als symbool van de natie, de uitdaging om evenwicht te vinden tussen liefde voor het nationaal eigene en openheid naar de wereld. Dit is ook een kwestie van communicatie.

Tegelijkertijd is in deze complexe  maatschappij de communicatie op zich problematischer geworden. Hoger- en lager opgeleiden lijken elkaar steeds moeilijker te begrijpen. Koning Willem-Alexander zou daarom het Haagse jargon moeten mijden en de mensen vooral aanspreken via hun belevingswereld. Dit past bij zijn verbindende rol.

De grootste klus is misschien wel koning zijn – dus iets koninklijks moeten uitstralen  - in een tijd van voortgaande nivellering, waarbij men ook nog eens steeds meer wil weten van de persoon achter de functie. Kortom: Majesteit zijn en toch een tikje aaibaar, dat lijkt me de formule voor een koning in het begin van de eenentwintigste eeuw.

Voor meer reportages en verhalen over de troonswisseling, kijk op onze speciale thema-pagina.