Het was, afgelopen zaterdag, alsof de wereld opnieuw begon te bestaan. Uitlopende krokussen in de buurt deden hun best in de ochtend, de marktkooplui in de stad vertoonden een frisse vrolijkheid en in de tuinen koerden wulpse duiven zich rond elkaar: lente.

Licht gechargeerd kan je zeggen dat afgelopen weekend een der scharnierpunten in het sportjaar was. Schaatsers waren in de ochtenduren nog te zien vanuit een verre baan elders, maar ’s middags ging het toch gebeuren: het was weer koers.

Ik weet het: fietsliefhebbers krijgen iets licht overdrevens in zich als De Omloop in het vocabulaire gebruikt mag worden, als de naam van de Omloop valt of als Greg van Avermaet zijn neus aan het venster steekt. Onze taal krijgt ineens en vreemd genoeg een lichte ruk naar het Vlaams, nietwaar?

Zo ook dit maal: een waterige zon bescheen de glimmende fietsen in Vlaanderen en terwijl we toch allen weten dat er al in Argentinië, Down Under en in de zandbakken is gefietst, doen we alsof die kneuterkoersjes niet bestonden en gaan we op onze knieën zitten en prevelen we een Godszalig gebed: we koersen weer. Wielrennen, de sport van karakter, list, bedrog en de fijne versnelling is weer in ons bestaan opgenomen. Rondjes 31 zijn vervangen door de bijna mystieke code 52x14.

Afgelopen zaterdag keek ik, via het huisscherm, naar de koers waar ik veertig jaar in het centrum van het begin van de lente stond: het verschil was nauwelijks voelbaar. Ik keek naar de beelden, ik herkende het sompige land rond Gent, ik zag de koude letterlijk in beeld en kreeg de namen door van de twaalfmans kopgroep: Bordewijk gelijk.

Ik zag de namen van volkomen onbekende coureurs en dacht te lezen: Taat Daamde, Bint, De Moraatz, Kiekertak, Whimpysinger, Te Wighel, Van den Karbargenbok, Remigius en Reus.

De kopgroep, mannen met koude koppen, hadden drie minuten voorsprong en ik proefde de namen en bleef hangen bij Reus. Ik keek goed en geconcentreerd naar het beeld en zag een tamelijk lange jongen in een zwart pak onrustig en toch gedisciplineerd rondrijden. Kende ik hem niet? Of kende ik hem juist wel?

Mijn hart maakte vijf extra slagen, daar reed, in de volle pracht van het saaie landschap rond de Paddestraat , Kai Lieuwe Reus, de man die, als een der weinigen mensen over wie ik dat ooit gehoord had, een doodservaring had gehad en daar bijna, zij het geremd en met horten en stoten over kon vertellen.

Ik keek goed; hij had een stevige tred en was een der besten in de kopgroep.

Mijn gedachten vielen terug naar twee buitengewone televisie-uitzendingen. Eentje in 2008 toen pregnante stiltes en bevroren gedachten op tafel bleven liggen in een tafelgesprek van grote spanning in Toulouse. Hij probeerde me te beloven ooit nog eens dieper op de peilloze ervaring van toen in te gaan. Hoe hij, zwaar geblesseerd, op een bergweg, gevonden werd, hoe hij in de schemer tussen leven en dood verkeerde…Hoe dat terrein eruit zag.

In 2014 zat hij weer aan een Tour de France praattafel. Hij was fietser af en weer schaatser geworden, hij had een plaatsje in een ander peloton gevonden en bewees dat Jaap Eden echte volgers had, buitengewone volgers zelfs.

Kai Lieuwe Reus, de Noord-Hollander, kind van tegenwind, wassend water en klei, reed in beeld en ik was zo vreselijk blij dat hij daar reed. Hij bestond weer, jaren na zijn freaky ongeluk, jaren na probeersels en teleurstellingen, jaren na dromen en trainen, jaren na het compleet uitblijven van uitslagen, trapte hij daar een aanvaardbare versnelling rond en toonde hij zijn gezicht, zijn lijf en zijn ziel.

Hij reed op kop, kreeg pech, kwam terug, werd gelost en eindigde als 71e in De Omloop.

Die plaats deed er niet toe. Het feit dat hij daar reed, in een licht vertekenende vooruitgeschoven positie, gedoogd door de grote meneren die later in galop over hem heen gingen en de wedstrijd echt maakten, was voldoende.

Wacht even: die wedstrijd werd pas echt toen Kai Lieuwe Reus in beeld verscheen. Hij reed weer of hij reed nog steeds. Hij was er. In onze wereld nog wel. Wat de voetbal- en basketbaluitslagen van het weekend ook zouden zijn…ze stonden vreselijk ver af van dit ongelofelijk betoverende moment. Het zien van deze vent, in volle attaque op een stoffige weg langs knotwilgen, deed zo goed, zo vreselijk goed dat mijn kamer zich in diepe stilte hulde.

We koersten weer kreeg hier een wel zeer speciale betekenis. Fijn je weer eens gezien te hebben Kai. Wat ontzettend goed dat je daar reed. Het ga je goed, man.