Bewegen om gezond te leven hoeft minder intensief dan we altijd dachten. Dat blijkt uit de nieuwe Nederlandse Norm Gezond Bewegen, waar de Volkskrant vandaag over schrijft. 

Tot nu toe was de norm voor volwassenen minstens vijf dagen per week een half uur per dag matig intensief moeten bewegen. Alleen activiteiten die minstens tien minuten achtereen worden volgehouden, tellen mee. De nieuwe norm is minder streng. Die 150 minuten blijft overeind, maar er is geen bewijs dat activiteiten minstens tien minuten moeten duren en ook niet dat ze over minstens vijf dagen moeten worden verspreid. Een aantal dagen volstaat.

45% van de Nederlanders voldoet aan de norm' 

Nieuw is de aanbeveling om ook twee keer per week spier- en botversterkende activiteiten te doen, waarbij het lichaam met zijn eigen gewicht wordt belast. Traplopen bijvoorbeeld, of springen.

Volgens berekeningen van het RIVM voldoet zo'n 45% van de Nederlanders aan de nieuwe bewegingsrichtlijnen. Een percentage dat volgens Matthijs van de Berg, hoofd van de afdeling voeding en gezondheid bij het RIVM, zorgvuldig wordt berekend.

"Elk jaar stellen we, samen met een CBS, voor een grote groep Nederlanders een vragenlijst op over bewegen. Dan vragen we ze hoeveel ze bewegen op het werk, op school, tijdens huishoudelijke activiteiten en of ze sporten. Al die beweegminuten tellen we bij elkaar op en dan kunnen we zien of ze aan de norm voldoen."  

Conclusie

Volgens Remko van den Dool senior onderzoeker bij het Mulier Instituut gespecialiseerd in sociaal-wetenschappelijk sportonderzoek, klopt dit onderzoek van het RIVM. "Deze methode wordt al zestien jaar gebruikt en er is ook onderzoek gedaan naar of de methode betrouwbaar is. Natuurlijk blijft er bij een vragenlijst een kleine subjectiviteit inzitten, maar de grote nationale trends kun je op deze manier prima bekijken." De stelling is dus een feit.