Vier gouden, twee zilveren en drie bronzen medailles is vooralsnog de oogst voor Nederland op de Olympische Spelen in Rio. Gaat het slecht met TeamNL?

‘We’ bezetten nu de twaalfde plek in het landenklassement. Dat stemt sommigen negatief. ‘Voorlopig valt de Nederlandse medailleoogst in Rio tegen’, schrijft sportcolumnist Thijs Zonneveld dit weekend. Zijn AD-collega Özcan Akyol: ‘Het gaat alleen allemaal wat moeizaam dit jaar. U zult ook gemerkt hebben dat onze helden het in de eerste week een beetje laten afweten.’ RTL kopt: 'Medailleoogst Olympische Spelen valt iets tegen: Record buiten bereik’.

Verwachtingen

Het is met name een analyse van databureau Gracenote die de harten vervulde met hoop. De voorspelling: dit moesten de meest succesvolle spelen voor Nederland ooit worden, namelijk 26 medailles, waarvan 7 keer goud. Dat totaal van 26 ligt inmiddels niet meer binnen bereik.

Premier Rutte deed ook zijn duit in het zakje: ‘Ik heb het gevoel dat dit keer alles klopt bij onze sporters. Dat alles bij elkaar komt’, zei hij tegen NU.nl.

De leden van het EenVandaag Opiniepanel temperden vooraf al de verwachtingen. De helft dacht dat de Nederlandse Olympische ploeg dit jaar minder medailles gaat scoren dan vier jaar geleden in Londen.

Het absolute recordjaar was 2000: Nederland haalde 12 gouden plakken. Hofleveranciers, met beiden drie gouden medailles, waren zwemster Inge de Bruijn en wielrenster Leontien Zijlaard-Van Moorsel. Zwemmer Pieter van den Hoogeband haalde er ook twee. Slechts drie sporters waren dus verantwoordelijk voor tweederde van de gouden medailles.

In de zomerspelen daarna werden er 4 (2004), 7 (2008) en 6 (2012) gouden medailles in de wacht gesleept. 

Verrassingen en teleurstellingen

Topsport en teleurstelling gaan vaak hand in hand. Zwemster Ranomi Kromowidjojo barstte in tranen uit na een mislukte race en ze verontschuldigde zich in de NOS-studio voor het mislopen van eremetaal. Het chagrijn was van het gezicht van Dafne Schippers af te lezen na haar vijfde plek op de 100 meter sprint. Ze stond de pers minder dan een minuut te woord en noemde haar optreden tot drie keer toe 'superkut'. ‘Ik ben teleurgesteld, ik wil hier gewoon winnen’, zei wielrenner Tom Dumoulin na zijn zilveren plek op de tijdrit.

En als klap op de vuurpijl werd Lord of the Rings Yuri van Gelder naar huis gestuurd door het NOC*NSF wegens een avond flink doorzakken.

Er zijn ook verrassingen. Zo was de gouden race van baanwielrenster Elis Ligtlee op de keirin een sensatie. Ligtlee was al tevreden met een finaleplek en reed daar de race van haar leven. Zeiler Dorian van Rijsselberghe prolongeerde zijn titel en stond daar zelf misschien nog wel het meest van te kijken.

Kun je nu al de conclusie trekken dat het slecht gaat met de oranjedelegatie? Allerminst: Dafne Schippers maakt op de 200 meter meer kans op een ereplek dan op de 100 meter. Epke Zonderland moet nog beginnen aan zijn oefening aan de rekstok, Marit Bouwmeester ligt in de zeilwedstrijd op gouden koers.

De handbalsters, de volleybalsters, beachvolleyballers en hockeyteams zijn nog volop in de race. Hardloopster Sifan Hassan is kanshebster op de 1500 meter hardlopen, BMX’er Niek Kimmann moet nog beginnen.

De simpele optelsom leert: met nog twee gouden medailles evenaren ‘we’ Londen, nog drie en Peking wordt gehaald; en dan is ook -qua aantal hoogste podiumplekken- aan de verwachting van Gracenote voldaan.

Nederland in de top 10?

De ambitie vanuit de overheid laat niets te wensen over: ‘Nederland wil als sportland bij de top 10 van beste sportlanden in de wereld horen.’ De beste manier om dat te meten is de mediallespiegel van de Olympische Spelen. Sinds 1998 haalt ons land tijdens de winterspelen steevast de toptien door continue schaatssucces; met de zomerspelen werd de toptien slechts een maal gehaald (een achtste plek in het eerder genoemde succesjaar 2000).

‘Om op het hoogste wereldpodium mee te kunnen draaien, moeten topsporters zich helemaal aan hun sport kunnen wijden’, stelt de overheid ook. Hoe? Door sporters uitkeringen en onderwijs te bieden en hen te faciliteren in een topsportcentrum zoals Papeldal.

Maar er is juist bezuinigd op breedtesport. In veel andere landen wordt veel meer geld geïnvesteerd. Nederland loopt dus juist achter.

Sportjournalist Zonneveld uitte kritiek op precies dat beleid:

Als Nederlands sporttalent ben je vooral aangewezen op je ouders. Die moeten betalen voor lidmaatschappen en materiaal, die moeten je door het hele land rijden, die moeten weekend na weekend opofferen voor de sportcarrières van hun kroost.

Een goed voorbeeld daarvan is schoonspringster Uschi Freitag. Ze krijgt geen financiële steun van NOC*NSF en is aangewezen op haar ouders. Ze woont nog thuis en heeft -op de olympische toelage van dit jaar na- geen inkomsten. ’Bepaalde dingen doen wij niet’, vertelden zij in EenVandaag. ‘Wij als ouders moeten haar bijstaan en dat kost vier- tot vijfhonderd euro per maand.’ Schoonspringster Uschi moet voor een paar nieuwe schoenen of benzine haar hand ophouden:

update
15-08-2016

Gouden medaille nummer 5 voor Van Rouwendaal

Kort na publicatie van deze analyse veroverde Sharon van Rouwendaal voor de kust van de Copacabana de olympische titel bij het openwaterzwemmen. Dat betekent een vijfde gouden plak voor TeamNL.