Ja, restauratie van de Nachtwacht is een risico, maar wel een klein risico. Dat zegt restaurateur Michel van de Laar die 28 jaar geleden betrokken was bij de laatste restauratie van het wereldberoemdste schilderij van Rembrandt van Rijn. 

Het Rijksmuseum begint in juli met een onderzoek naar de staat van het schilderij en daarna met de restauratie. Dat gebeurt in de Nachtwachtzaal waar het grote werk nu ook hangt, zichtbaar voor bezoekers van het museum. Daar komt nogal wat bij kijken.  

Uitvoerig onderzoek

De restaurateurs moeten eerst weten hoeveel nieuwere verflagen over de Nachtwacht zitten, die zijn aangebracht nadat Rembrandt het schilderij afmaakte. "Ze gaan eindeloos kijken, monsters nemen, metingen doen en infraroodfoto's maken. Alle mogelijke technieken worden gebruikt om het schilderij heel goed in kaart te brengen. Dat kan nog wel een jaar duren", zegt schilderijenrestaurateur Caroline van der Elst. 

"Als ze na dat onderzoek aan de restauratie beginnen, weten ze precies waar ze aan toe zijn", zegt Van de Laar. "Wat bij vorige restauraties is toegevoegd aan het schilderij, gebeurde in het Rijksmuseum. Daarvan weten ze wat het is. In die zin zijn de risico's eigenlijk heel klein."

Van de Laar zegt dat het onderzoek naar de Nachtwacht 'razend interessant' is. "Als je de technieken op elkaar legt, kunnen die veel vertellen over de atelierpraktijk van Rembrandt. Bijvoorbeeld het materiaalgebruik, maar ook de veranderingen kunnen met de nieuwe technieken beter in kaart worden gebracht. Juist die veranderingen zijn interessant, daarmee kijk je in het manuscript van Rembrandt."

Verschillende lagen

In 1975 werd de Nachtwacht aangevallen met een mes, in 1990 met zuur. Van der Elst zegt: "Het is in 1975 plaatselijk behandeld. Die behandelingen zijn anders dan op andere plekken op het schilderij. Vroeger restaureerde men ook heel anders. Er moet ook worden bekeken of de lagen van Rembrandt niet zijn aangetast door vorige werkzaamheden."

Van de Laar: "De vernislaag die ze nu van het schilderij afhalen, heb ik er in 1990 zelf op gesmeerd met mijn collega's." Hij zegt dat in het schilderij ook schade zit door oude restauraties, verpoetsingen en slijtage van de verf. "Dat werd in 1975 ook gerestaureerd, maar toen gingen ze daar niet zo ver in."

Blijft er iets over van het origineel?

Je kunt denken dat er weinig overblijft van het originele schilderij, als het meerdere keren gerestaureerd is. Maar 'alles is nog echt van Rembrandt zelf', zegt Van de Laar. "Wat straks verwijderd wordt, is de vergeelde vernis uit 1990 en 1975. Misschien nog wat sluiers oudere vernis die in 1975 niet helemaal zijn afgenomen. En natuurlijk de retouches die in 1975 zijn geplaatst."

"In die tijd werd dat gedaan met olieverf. Dat soort verf verdonkert. Als je heel goed kijkt, zie je de retouches uit 1975 omdat ze niet goed op toon zijn. Los van de vernislaag is het schilderij origineel Rembrandt."

Van der Elst: "De vernislagen op het schilderij hebben de neiging te vergelen. Na een jaar of 50 kun je de kleuren die Rembrandt bedoeld heeft pas echt weer waarderen als die lagen van het schilderij af zijn. De restaurateurs kijken ook of ze kunstharsen kunnen gebruiken die niet vergelen en waar goed onderzoek naar is gedaan."

Geklimatiseerde ruimte

De restauratiewerkzaamheden worden gedaan in de Nachtwachtzaal in het Rijksmuseum. Van der Elst zegt dat er geen risico aan zit om de restauratie daar te doen. "De zalen in het Rijksmuseum hebben dezelfde klimaatomstandigheden als het atelier." 

Van de Laar noemt het 'fantastisch' dat het schilderij in de Nachtwachtzaal wordt gerestaureerd. "Dat is ook heel praktisch, want het schilderij is zo groot dat het nergens ander naartoe kan. Het kan alleen via een sleuf naar buiten." In 1975 is het schilderij op dezelfde manier gerestaureerd en kon het publiek dit ook meemaken.

Gaat ook wel eens mis

Toch gaat restauratie niet altijd goed. In het buitenland zijn restauraties van kunstwerken meerdere keren volledig mislukt.