Op 14 maart sluiten basisscholen in Noord-Holland, Flevoland en Utrecht de deuren. Dat maakte POinactie-voorman Jan van de Ven bekend in Radio EenVandaag. De staking maakt deel uit van een reeks estafettestakingen die op 14 februari begint in het noorden van het land. Vandaag begonnen ook de cao-onderhandelingen voor het basisonderwijs.

Sinds oktober wordt er in het basisonderwijs gestaakt voor een hoger salaris en een lagere werkdruk. Na twee landelijke stakingen wordt er nu gekozen voor regionale estafettestakingen. De kwestie kwam op nadat een aantal ontevreden basisschooldocenten PO in Actie vormden in maart 2017. Ze startten een Facebookgroep en hadden binnen mum van tijd 40 000 leden.

Hoge werkdruk en laag salaris

PO in Actie begon zich met de onderwijsvakbonden en de vereniging van schoolbesturen te roeren in de formatieperiode voor een nieuw kabinet. Als resultaat daarvan werd er in het regeerakkoord 700 miljoen euro uitgetrokken om aan de eisen van de docenten tegemoet te komen, terwijl geen van de formerende partijen er iets over in het verkiezingsprogramma had staan.

Toch was dat voor PO in Actie nog niet genoeg. Het bedrag voor het tegengaan van de werkdruk (430 miljoen), wordt pas in 2021 volledig besteed, terwijl de situatie volgens de docenten nu al zo nijpend is. Daarnaast wil PO in Actie dat het salaris van de basisschooldocenten gelijk wordt getrokken met de salarissen in het voortgezet onderwijs. En daar is 900 miljoen euro voor nodig, drie keer meer dan de 270 miljoen die het kabinet ervoor uittrekt.

PO in Actie is intussen een vakbond geworden en zit vanaf vandaag samen met de andere vakbonden om tafel met de werkgevers om de nieuwe cao te bespreken. Toch willen de actievoerende docenten nog steeds dat het kabinet meer en eerder geld uittrekt voor het basisonderwijs, ze zijn voornemens stakingen te blijven uitroepen tot hun eisen zijn ingewilligd.