Wat zes maanden hadden moeten worden werd al snel een jaar: journalist Fréderike Geerdink besloot strijders van de PKK van dichtbij te volgen in Irak en Syrië. Waar strijden ze nu écht voor en hoe ziet hun leven eruit? Ze kreeg ongekende toegang, leefde in grotten, volgde de troepen en nu is ze terug.

De Koerdische beweging steunt op communistisch gedachtegoed, weet Geerdink nu zeker. Natiestaten zijn een Europese uitvinding. En Nederland? Een broedplaats van kapitalistische handel! Het wereldbeeld van de strijders staat haaks dat van de Westerse landen én op dat van veel andere groeperingen in het Midden-Oosten. Zo zijn ze ook sterk feministisch.

De Westerse omgang met de Koerdische beweging is dubbel. Volgens Turkije, de VS en de EU is de PKK een terroristische beweging, verantwoordelijk voor bloedvergieten en aanslagen in Turkije, maar óók medestrijder tegen IS in het Noorden van Irak en Syrië.

De direct aan de PKK gelieerde YPG is zelfs bondgenoot in de door Amerika geleidde coalitie en speelt op dit moment een hoofdrol in het beleg van IS-hoofdstad Rakka. Nog een maand geleden was Geerdink vlak bij de stad en zag ze hoe Koerdische troepen zich gedraagden in de door hun 'bevrijdde' dorpen.

Geen beginnersklus

Als journalist je werk doen tussen die Koerdische strijders bleek geen makkie: 'Het is geen beginnersklus'. Eerst moest Geerdink drie maanden  de taal leren in een speciaal opleidingskamp. Daar vlogen erkenningsdrones rond van het Turkse leger. Werden ze gespot, dan had ze achttien minuten om aan de bombardementen van F-16's te ontsnappen. 

Wat daarop volgde was een leven langs verborgen kampementen, grotten en met nachtelijke tochten. Maar ook gesprekken over de strijd van de PKK, persoonlijke inkijkjes in het leven van de mannelijke en vrouwelijke strijdkrachten en kennis van de oorlog tegen IS.